ECLI:NL:RBZWB:2023:6323
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot inbewaringstelling wegens schending vertrouwensbeginsel ZSM-toezegging
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beschikking van de rechter-commissaris die het OM niet-ontvankelijk had verklaard in de vordering tot inbewaringstelling van verdachte. De niet-ontvankelijkheid was gebaseerd op een toezegging vanuit het ZSM-samenwerkingsverband dat verdachte met een dagvaarding zou worden heengezonden en niet zou worden voorgeleid.
De officier van justitie voerde aan dat de toezegging niet door een OM-medewerker was gedaan, maar mogelijk door een politiefunctionaris, en dat het OM daarom niet gehouden kon worden aan deze toezegging. De rechtbank oordeelde echter dat de informatie die via ZSM aan de raadsman werd verstrekt, aan het OM moet worden toegerekend. Advocaten mogen erop vertrouwen dat de verstrekte informatie correct is en afkomstig van bevoegde personen.
De rechtbank concludeerde dat door in strijd met deze toezegging te besluiten tot voorgeleiden, is gehandeld in strijd met het vertrouwensbeginsel en de beginselen van behoorlijke procesorde. Daarom werd het hoger beroep van het OM ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkheid in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van het OM wordt ongegrond verklaard en het OM blijft niet-ontvankelijk in de vordering tot inbewaringstelling.