ECLI:NL:RBZWB:2023:6330
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2018 en belastingrentebeschikking inzake buitenlands inkomen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting (IB) 2018 en de belastingrentebeschikking, waarin geen aftrek elders belast inkomen werd verleend voor doorgeschoven vrij te stellen buitenlands inkomen uit voorgaande jaren.
De inspecteur had eerder het door te schuiven bedrag per 31 december 2016 vastgesteld op nihil, en deze beschikking was onherroepelijk omdat belanghebbende daartegen geen bezwaar had gemaakt. Belanghebbende stelde dat het door te schuiven bedrag € 4.164 bedroeg en dat dit niet negatief kon zijn, maar de rechtbank oordeelde dat het standpunt niet aannemelijk was en dat het beroep feitelijk tegen een eerdere, niet bestreden beschikking gericht was.
De rechtbank overwoog dat het bedrag aan doorgeschoven buitenlands inkomen alleen kan worden verrekend indien dit bij voor bezwaar vatbare beschikking is vastgesteld, wat hier niet het geval was voor 2018. Belanghebbende had geen recht op aftrek elders belast inkomen in 2018. Ook tegen de belastingrentebeschikking werden geen zelfstandige gronden aangevoerd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet de aanslag en belastingrentebeschikking in stand. Belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 7 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2018 en de belastingrentebeschikking wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.