ECLI:NL:RBZWB:2023:6340
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd aan belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, omdat hij stelde dat hij slechts stilstond en niet geparkeerd was, en dat er geen duidelijke borden waren die het parkeergebied aangaven.
De rechtbank oordeelde dat het stilstaan in de parkeerhaven om zich te oriënteren als parkeren moet worden gezien, ook al was dit van korte duur. De rechtbank stelde vast dat de locatie duidelijk als betaald parkeergebied was aangewezen met borden langs de invalswegen, en dat belanghebbende zich had moeten informeren over de parkeerregels.
De rechtbank verwierp het verweer dat er sprake zou zijn van een algeheel parkeerverbod en concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de parkeerbelasting niet was voldaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waarbij belanghebbende het griffierecht niet terugkreeg en geen proceskostenvergoeding ontving.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken op 4 september 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.