ECLI:NL:RBZWB:2023:6352
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling WIA-maandloon volgens startersregeling
Eiser betwistte de hoogte van zijn maandloon dat het UWV had vastgesteld voor zijn WIA-uitkering, omdat hij meent dat het inkomen waarop dit is gebaseerd te laag is vanwege corona en eerdere hogere verdiensten.
Het UWV had het dagloon vastgesteld op basis van het loon over de periode van 14 juli 2020 tot en met 30 april 2021, waarbij de startersregeling werd toegepast omdat eiser pas vanaf 14 juli 2020 inkomen had in de referteperiode. Dit resulteerde in een dagloon van €56,42 en een maandloon van €1.227,14.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de referteperiode en berekeningswijze correct had toegepast conform de Wet WIA en het Dagloonbesluit. De rechtbank verwierp het beroep omdat de wetgever geen ruimte biedt om af te wijken van de referteperiode of rekening te houden met bijzondere omstandigheden zoals corona of eerdere hogere inkomens.
De rechtbank concludeerde dat het dagloon rechtmatig is vastgesteld en dat het beroep ongegrond is. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Snoeks op 5 september 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het WIA-maandloon is ongegrond verklaard.