ECLI:NL:RBZWB:2023:6375
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bron van inkomen en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2014-2017
Belanghebbende voerde activiteiten uit op het gebied van licht en geluidstechniek naast een fulltime dienstverband. De inspecteur legde navorderingsaanslagen IB/PVV op over de jaren 2014 tot en met 2017, waarbij negatieve resultaten werden gecorrigeerd omdat volgens de inspecteur geen sprake was van een bron van inkomen.
De rechtbank beoordeelde of de activiteiten van belanghebbende kwalificeerden als een bron van inkomen, waarbij de objectieve voordeelsverwachting centraal stond. Voor 2014 en 2015 achtte de rechtbank aannemelijk dat deze voordeelsverwachting bestond, ondanks negatieve resultaten en kennis van noodzakelijke investeringen. Voor 2016 en 2017 was dit niet het geval vanwege gewijzigde duurzaamheidseisen en frequentiewijzigingen.
De inspecteur bracht ter zitting een nieuw standpunt naar voren over privékosten, maar de rechtbank verwierp dit als strijdig met de goede procesorde vanwege het late tijdstip. Daarnaast kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn met 2 jaar en 9 maanden.
De beroepen voor 2014 en 2015 werden gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen vernietigd. Voor 2016 en 2017 werden de aanslagen gehandhaafd. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en immateriële schade, waarbij de Minister van Justitie en Veiligheid mede aansprakelijk werd gesteld voor een deel van de schadevergoeding.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 2014-2015 vernietigd, 2016-2017 gehandhaafd; immateriële schadevergoeding toegekend.