Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[eiser sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 januari 2023 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- de akte met aanvullende producties 30 tot en met 35 zijdens [eiseres] ;
- de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling gehouden op 24 mei 2023 en de bij die gelegenheid door beide raadslieden voorgedragen spreekaantekeningen.
2.Het geschil
3.De beoordeling
a) uw activiteiten en doelen
compliancevan de bank, waarna is besloten dat ABN AMRO niet wil meewerken aan dergelijke transacties.
“op pad zijn om items te vinden”. Deze personen werken op commissiebasis, maar krijgen van [eiser sub 1] via [naam 2] wel hun onkosten vergoed.
‘lead’heeft resultaat opgeleverd en de laatste
leadwordt thans afgewikkeld, aldus [eiser sub 2] .
‘trading deal’met [naam 10] uit New York. [eiser sub 1] was via rijke klanten uit de goudhandel bij haar terecht gekomen en de deals zijn doorgaans enkele honderden miljoenen Euro’s per transactie, zo stelt [eiser sub 2] . [naam 10] bood hem een kleinschalige deal aan, hetgeen oplichting bleek te zijn, aldus [eiser sub 2] .
tradingen
antiques, om welke reden zij voor
antiques[naam 11] hebben ingeschakeld voor bepaalde items. Ten aanzien van
tradingmerkt [eiser sub 2] het volgende op:
‘trading deal’in de VS geeft [eiser sub 2] aan dit niet het gewenste resultaat was
“waar ik helaas ingetrapt ben”.
criminal charge’, aldus [eiseres] [eiser sub 1] en [eiser sub 2] beroepen zich op artikel 6 lid 2 EVRM Pro, art. 14 lid 2 van Pro het IVBPR en art. 11-48 van de Europese Grondwet (C 169/28) waarin de onschuldspresumptie is vastgelegd. In de visie van [eiseres] dient het cliëntenonderzoek en de opzegging van de bankrelatie getoetst te worden aan de fundamentele rechten en vrijheden van [eiseres] omdat ABN AMRO een grijze instelling is en omdat de Witwasrichtlijnen voorschrijven dat de fundamentele rechten geëerbiedigd moeten worden. In de ogen van [eiseres] maakt ABN AMRO een disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] en is het cliëntenonderzoek tevens in strijd met het beginsel van dataminimalisatie. Zij meent verder, dat ABN AMRO ten onrechte verlangt dat [eiser sub 1] aan haar eigen veroordeling meewerkt. [eiseres] stelt voorts dat de opzegging van de bankrelatie door ABN AMRO in strijd is met art. 6:227 BW Pro, althans het bepaalbaarheidsgebod, nu noch uit de contractuele bepalingen, noch uit de wet volgt dat [eiser sub 1] niet de (financiële) activiteiten had mogen verrichten die zij heeft uitgevoerd. [eiseres] geeft aan dat art. 6:236 sub d BW Pro bepaalt dat een beding in de algemene voorwaarden, dat de beoordeling van de vraag - of de gebruiker in de nakoming van een of meer van zijn verbintenissen is te kort geschoten - aan hem zelf overlaat als onredelijk bezwarend wordt aangemerkt. Volgens [eiseres] zijn art. 2 lid 2 en Pro art. 3 ABV Pro zo geredigeerd dat ABN AMRO geheel eenzijdig bepaalt wanneer [eiser sub 1] aan haar uit die artikelen voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan. Ook uit art. 6:236 sub d BW Pro volgt een rechtsplicht voor ABN AMRO om bepaalbare afspraken te maken, aldus [eiseres] . Zij meent dat art. 2 lid 2 en Pro art. 3 ABV Pro moeten worden vernietigd wegens strijd met artikel art. 6:227 BW Pro, art. 6:236 sub d BW Pro, art. 6 lid 1 en Pro 2 EVRM, art. 150 Rv Pro, en art. 8 EVRM Pro, alsmede vanwege strijd met het beginsel van dataminimalisatie. Verder stelt [eiseres] dat de opzegging van de bankrelatie onrechtmatig is vanwege strijd met de fundamentele rechten als bedoeld in overweging 65 van Richtlijn 2015/849 (artt. 7, 49, 48 lid 1 van het Europees Handvest, de artt. 6,7, en 8 EVRM en art. 2 lid 1 ABV Pro). Ook meent [eiser sub 1] dat zij voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat zij zich niet schuldig maakt aan witwassen. [eiseres] stelt zich ten slotte op het standpunt dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
‘criminal charge’.
fishing expedition’en mogelijk haar eigen veroordeling, terwijl niet eens een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Verder stelt [eiseres] dat de desbetreffende ABV-artikelen zijn in strijd zijn met artikel 6:227 BW Pro, omdat ABN AMRO ten onrechte verlangt dat [eiseres] zich tot onbepaalbare verbintenissen verbindt en het voor [eiseres] niet voorzienbaar is wat zij wel en niet mag met haar rekening en evenmin is duidelijk welke informatie moet worden verschaft. [eiseres] meent dan ook dat art. 2 lid 2 en Pro art. 3 ABV Pro voorts moeten worden vernietigd wegens strijd met artikel art. 6:227 BW Pro en art. 6:236 sub d BW Pro.
‘trading deal’, is hij via zijn contacten in de goudhandel beland in de bemiddeling bij de verkoop van
‘antiques’in Indonesië, en is hij zich ten slotte gaan richten op de bemiddeling bij de verkoop van samoeraizwaarden in Indonesië.
‘antiques’een schimmige wereld betreft waarin zich vele vervalsingen bevinden. De samenwerking met deze tientallen personen lijkt willekeurig, en is - zo volgt uit de toelichting van [eiser sub 2] - veelal gebaseerd op familiebanden, functie of reputatie. Deze zakenpartners meldden zich veelal op eigen initiatief bij [eiser sub 2] en verzochten om aanbetalingen. [eiser sub 1] heeft - zonder kennis of ervaring in de goud- en antiekhandel - aan deze zakenpartners, waarvan de betrouwbaarheid niet geverifieerd kon worden, gelden uitgeleend c.q. geïnvesteerd op basis van een zeer summiere omschrijving, zonder enig inzicht of deze gelden voor het bestedingsdoel werden aangewend. Vele van deze geldbedragen zijn niet aan [eiser sub 1] terugbetaald, en geen van de projecten waarin [eiser sub 1] heeft geïnvesteerd is succesvol gebleken. Met betrekking tot de
‘trading deal’met [naam 10] uit New York, geeft [eiser sub 2] zelf aan dat hij is opgelicht.
‘trading deal’in de Verenigde Staten. Hoewel naar het oordeel van de rechtbank het slachtoffer zijn en mogelijk worden van oplichting op zichzelf veelal nog niet met zich brengt dat dit voldoende reden is voor opzegging van de bancaire relatie, kan dit anders komen te liggen indien na te zijn gewaarschuwd de risicovolle activiteiten, met het gebruik van de bankrekening, worden voortgezet. Bij de beoordeling van de opzegging is van belang dat ABN AMRO voorafgaand aan de opzegging heeft aangeboden om de bancaire relatie voort te zetten als [eiseres] zou stoppen met onduidelijke en risicovolle buitenlandtransacties, zoals met betrekking tot de samoeraizwaarden in Indonesië, en de ondernemersrekening weer gaat gebruiken conform het rekeninggebruik tot eind 2018. [eiseres] heeft dit geweigerd en ook ter zitting heeft [eiseres] aangeven dat hij deze activiteiten - die thans beperkt zijn tot (één) samoeraizwaard/zwaarden - moet kunnen voortzetten en daarvoor de bankrekening bij ABN AMRO moet kunnen gebruiken. Onder die omstandigheden wordt ABN AMRO geconfronteerd met het perspectief dat de op zijn minst genomen zeer ondoorzichtige activiteiten in Indonesië worden voortgezet met gebruikmaking van de rekening bij ABN AMRO. In dit licht acht de rechtbank het begrijpelijk dat bij ABN AMRO - zoals zij naar voren brengt - het vertrouwen ontbreekt dat [eiseres] geen misbruik zal (laten) maken van de ondernemersrekening door te participeren in activiteiten in het buitenland waarbij een verhoogd risico geldt dat de daarvoor verstrekte gelden (door derden) kunnen worden aangewend voor strafbare feiten of activiteiten die schadelijk zijn voor ABN AMRO of voor haar reputatie of die de werking en betrouwbaarheid van het financiële stelsel kunnen schaden.
€ 173,00(plus de verhoging als in het dictum vermeld)