ECLI:NL:RBZWB:2023:6474
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen last onder dwangsom wegens kamergewijze verhuur in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker is eigenaar van woningen die via een verhuurster kamergewijs worden verhuurd aan arbeidsmigranten. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk heeft vastgesteld dat deze verhuur in strijd is met het bestemmingsplan ‘Woonwijken’ en het ‘Veegplan 2017’. Na meerdere handhavingsverzoeken en een voornemen tot oplegging, heeft het college op 12 december 2022 een last onder dwangsom (LOD) opgelegd aan verzoeker.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de LOD en vervolgens beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. Hij betoogt onder meer dat het begrip ‘wonen’ niet duidelijk is gedefinieerd en dat kamergewijze verhuur wel onder het begrip ‘huishouden’ valt. Ook stelt hij dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan en dat de LOD disproportioneel en in strijd met het legaliteitsbeginsel is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het college bevoegd is tot het opleggen van de LOD en dat de gewijzigde motivering in bezwaar terecht is. De kamergewijze verhuur is onzelfstandige bewoning en daarmee in strijd met de planregels. Er is geen concreet zicht op legalisering en het college heeft het algemeen belang bij handhaving terecht afgewogen tegen het belang van verzoeker.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de LOD geschikt, noodzakelijk en niet onevenredig is, mede gezien de beperkte hoogte van de dwangsom. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.