ECLI:NL:RVS:2023:4276
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten in Zevenbergen
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk legde op 12 december 2022 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van vijf rijtjeswoningen in Zevenbergen, omdat deze woningen werden gebruikt voor tijdelijke huisvesting van wisselende arbeidsmigranten, wat volgens het college in strijd was met de bestemmingsplannen "Woonwijken Zevenbergen" en "Veegplan kernen 2017".
De eigenaar maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat elke vorm van kamergewijze bewoning verboden is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. De eigenaar ging in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de tijdelijke huisvesting in strijd was met de bestemmingsplannen, omdat het begrip continuïteit niet duidelijk was onderzocht en uitgelegd. De definitie van woning en huishouden laat kamergewijze verhuur toe indien sprake is van verbondenheid en continuïteit. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het besluit van 12 december 2022 geschorst totdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen.
Het college werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak mogelijk was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het handhavingsbesluit vernietigd en geschorst totdat een nieuw besluit op bezwaar is genomen.