ECLI:NL:RBZWB:2023:6698
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel bij schuldwitwassen
Betrokkene stond terecht voor het meermalen plegen van schuldwitwassen. Tijdens de zitting van 12 september 2023 werd ook de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel inhoudelijk behandeld. De officier van justitie stelde dat betrokkene een voordeel van € 25.289,36 had behaald uit de gepleegde feiten. De verdediging betwistte dit en stelde dat onvoldoende bewijs bestond voor het genieten van enig voordeel.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat betrokkene enig voordeel heeft verkregen uit het schuldwitwassen of soortgelijke feiten. Hoewel betrokkene werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf weken voor schuldwitwassen, achtte de rechtbank de ontnemingsvordering niet gegrond.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit vonnis werd uitgesproken op 26 september 2023 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.