ECLI:NL:RBZWB:2023:6698

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
02-076539-22 ontneming
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel bij schuldwitwassen

Betrokkene stond terecht voor het meermalen plegen van schuldwitwassen. Tijdens de zitting van 12 september 2023 werd ook de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel inhoudelijk behandeld. De officier van justitie stelde dat betrokkene een voordeel van € 25.289,36 had behaald uit de gepleegde feiten. De verdediging betwistte dit en stelde dat onvoldoende bewijs bestond voor het genieten van enig voordeel.

De rechtbank oordeelde dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat betrokkene enig voordeel heeft verkregen uit het schuldwitwassen of soortgelijke feiten. Hoewel betrokkene werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf weken voor schuldwitwassen, achtte de rechtbank de ontnemingsvordering niet gegrond.

Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit vonnis werd uitgesproken op 26 september 2023 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.

Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/076539-22
vonnis van de rechtbank d.d. 26 september 2023
in de ontnemingszaak tegen
[verdachte01]
geboren op [geboortedatum01] 1983 te [geboorteplaats01]
ingeschreven op het adres ( [postcode01] ) [plaats01] , [adres01]
raadsman: mr. M.H.H. Meulemeesters, advocaat te Zeist

1.De procedure

Betrokkene heeft op de zitting van 12 september 2023 terecht gestaan op verdenking van het plegen van meerdere misdrijven. Op diezelfde zitting is de vordering van de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel inhoudelijk behandeld. Daarbij hebben de officier van justitie en de raadsman hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat betrokkene zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen en dat betrokkene daarmee een voordeel heeft behaald ter hoogte van € 25.289,36. Dit bedrag is gebaseerd op de berekening van 28 december 2022 van het Openbaar Ministerie met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel.

3.Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vordering van de officier van justitie moet worden afgewezen, omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten.

4.Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van gelijke datum en onder hetzelfde parketnummer wordt verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 weken voor het meermalen plegen van schuldwitwassen. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat betrokkene enig voordeel heeft verkregen uit het door hem gepleegde schuldwitwassen of uit soortgelijke feiten. Zij zal daarom de vordering van de officier van justitie afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank
- wijst af de vordering van de officier van justitie d.d. 14 augustus 2023, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en mr. R. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 september 2023.