ECLI:NL:RBZWB:2023:6748
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens ongeldige parkeervergunning
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd omdat zijn auto op een parkeerplaats stond zonder dat de parkeerbelasting was voldaan, terwijl zijn parkeervergunning niet geldig was voor die locatie.
Belanghebbende voerde aan dat de informatievoorziening rondom de parkeervergunning onduidelijk was, met name door de term "gebiedsvrij" bij de aanvraag, waardoor hij dacht vrij te kunnen parkeren in een groter gebied. De rechtbank oordeelde echter dat de vergunning duidelijk beperkt was tot specifieke parkeerterreinen en niet gold voor de straat waar de auto stond geparkeerd.
Verder stelde belanghebbende dat de naheffingsaanslag disproportioneel was ten opzichte van het betaalde bedrag voor de vergunning. De rechtbank stelde vast dat alleen de onderhavige naheffingsaanslag gehandhaafd bleef en dat het evenredigheidsbeginsel niet was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en wees de terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de naheffingsaanslag parkeerbelasting.