Op 5 september 2022 reed verdachte met een bestelbus achteruit in een onoverzichtelijke situatie zonder te wachten op het beeld van de achteruitrijcamera, waardoor hij een fietser niet zag en een aanrijding veroorzaakte. De fietser liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een hersenbloeding en meerdere botbreuken.
De rechtbank stelde vast dat verdachte aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden, maar dat roekeloosheid niet bewezen was. Verdachte keek wel in zijn spiegels maar gebruikte de achteruitrijcamera niet, wat cruciaal was voor veilig achteruitrijden in deze situatie.
Verdachte werd vrijgesproken van het subsidiaire feit van roekeloosheid. Gezien zijn blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. De rijontzegging wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het letsel en de noodzaak voor verdachte om zijn rijbewijs te behouden voor werk en gezin. De straf is lager dan de richtlijn vanwege deze omstandigheden.
Het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 oktober 2023.