ECLI:NL:RBZWB:2023:6903
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €1.653, opgelegd naar aanleiding van de registratie van een Land Rover Range Rover Evoque. De inspecteur stelde de BPM hoger vast dan belanghebbende, mede vanwege verschillen in historische nieuwprijs, waardevermindering door schade en het ontbreken van een oordeel van de RDW over de kilometerstand.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende de historische nieuwprijs niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de inspecteur terecht uitgaat van het modeltype S. De door belanghebbende gestelde schade is niet aannemelijk gemaakt, mede omdat bij hertaxatie door Domeinen Roerende Zaken geen schade werd geconstateerd en de auto te koop stond, wat impliceert dat eventuele schade was hersteld. Ook is onvoldoende bewijs geleverd dat het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand een waardevermindering rechtvaardigt.
Belanghebbende voerde aan dat het wettelijke systeem strijdig is met artikel 110 VWEU Pro, maar de rechtbank acht dit beroep ongegrond vanwege onvoldoende bewijs van benadeling. Wel kent de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn met vier maanden. Daarnaast worden proceskosten en griffierecht vergoed door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.