ECLI:NL:RBZWB:2023:6905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van €1.731 die de inspecteur had opgelegd na een taxatiegeschil over de waardering van een BMW X5. De rechtbank overweegt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een waardevermindering door schade of onregelmatigheden bij de kilometerstand. Ook het beroep op artikel 110 VWEU Pro wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van benadeling.
Daarnaast heeft belanghebbende een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure gevorderd. De rechtbank constateert een termijnoverschrijding van vier maanden en kent een vergoeding van €500 toe, die voor rekening van de Minister van Justitie en Veiligheid komt.
De rechtbank veroordeelt de Minister tot betaling van deze schadevergoeding, de proceskostenvergoeding van €837 en het griffierecht van €365. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van €500 wegens termijnoverschrijding.