ECLI:NL:RBZWB:2023:6954

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 april 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
22-012430 en 22-012431
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 535 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoekschriften vergoeding inverzekeringstelling en kosten

Verzoekster diende twee verzoekschriften in op grond van artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering, gericht op vergoeding van schade en kosten gerelateerd aan een vermeende inverzekeringstelling op 19 en 20 mei 2022. De strafzaak tegen haar was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Tijdens de raadkamerzitting op 13 april 2023 werd namens verzoekster aangegeven dat de verzoekschriften kunnen worden ingetrokken omdat verzoekster niet in verzekering was gesteld.

De officier van justitie voerde aan dat het verzoek moet worden afgewezen aangezien het ophouden voor verhoor niet onder artikel 533 Sv Pro valt en verzoekster niet in verzekering was gesteld. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was de verzoeken te behandelen maar dat, vanwege het intrekken van de verzoekschriften en het ontbreken van belang, een inhoudelijke beoordeling achterwege kon blijven.

De rechtbank verklaarde verzoekster daarom niet-ontvankelijk in haar verzoekschriften. De beslissing werd op 26 april 2023 uitgesproken door rechter A. Hello in aanwezigheid van griffier M. van Grinsven. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open.

Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoekschriften wegens het ontbreken van een daadwerkelijke inverzekeringstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-125360-22
rk-nummers: 22-012430 en 22-012431
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 15 juni 2022, in de zaak:
[verzoekster]
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] (Turkije)
woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas, Chassésingel 4 te 4811 HA Breda.
Verzoekster is [verzoekster] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 260,00, € 260,00, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 340,00 € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van de verzoekschriften dan wel € 680,00 bij behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 20 mei 2022;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 13 april 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. S.B.C. Nicolaes en mr. E.M.J. Thomas als gemachtigd advocaat van verzoekster gehoord.
Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoekster is aangevoerd dat de strafzaak tegen haar op 20 mei 2022 is geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Verzoekster stelt immateriële schade te hebben geleden als gevolg van de door haar ondergane inverzekeringstelling op 19 en 20 mei 2022. Verzocht wordt om haar hiervoor een vergoeding toe te kennen van € 260,00, te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor de indiening en behandeling van de verzoekschriften.
In raadkamer heeft de advocaat te kennen gegeven dat de verzoekschriften – voor zover dit bericht niet reeds bij de rechtbank is overgekomen – als ingetrokken kunnen worden beschouwd, aangezien verzoekster niet in verzekering is gesteld.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen, aangezien verzoekster niet in verzekering is gesteld. Het ophouden voor verhoor valt, conform de uitspraken van onderhavige rechtbank, niet onder de reikwijdte van artikel 533 Sv Pro. Gelet hierop komen ook de forfaitaire kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
In raadkamer heeft de advocaat te kennen gegeven dat hij de verzoekschriften wenst in te trekken. Gelet daarop kan een inhoudelijke beoordeling van de verzoekschriften bij gebrek aan belang van verzoekster achterwege blijven. De rechtbank zal verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoekschriften.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in zijn verzoekschriften.
Deze beslissing is op 26 april 2023 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).