ECLI:NL:RBZWB:2023:6975

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
9 oktober 2023
Zaaknummer
23-016053
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 36b SrArt. 552f SvArt. 552d lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klaagster verliest verzoek tot opheffing beslag op niet-verzekerde personenauto

Klaagster verzocht om opheffing van het beslag op haar personenauto, die op 14 juni 2023 in beslag werd genomen wegens meerdere bekeuringen voor het niet verzekerd zijn van het voertuig. Zij stelde dat zij niet met de auto had gereden en dat het voertuig inmiddels verzekerd was. De officier van justitie persisteerde echter in het handhaven van het beslag.

De raadkamer behandelde het klaagschrift op 15 september 2023, waarbij klaagster niet was verschenen. De rechtbank overwoog dat het onderzoek naar een klaagschrift een summier karakter heeft en dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag kan rechtvaardigen, bijvoorbeeld om bewijs veilig te stellen of wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen.

Uit de beschikbare informatie bleek dat het voertuig op 28 augustus 2023 nog steeds niet verzekerd was, ondanks de stelling van klaagster. Daarom achtte de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter het voertuig later zou verbeurdverklaren. Gezien deze omstandigheden werd het klaagschrift ongegrond verklaard en bleef het beslag gehandhaafd.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de niet-verzekerde personenauto blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
rk.nummer: 23-016053
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster]
geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
hierna te noemen: klaagster.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 14 juni 2023 onder klaagster in beslag is genomen: een personenauto van het merk Fiat, type Seicento, kleur zwart en voorzien van het [kenteken] (hierna: Fiat);
  • het klaagschrift, ingediend op 21 juni 2023 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
  • het verweerschrift van de officier van justitie; en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 15 september 2023. Gehoord is de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis.
Klaagster is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klaagster. Daartoe heeft klaagster aangevoerd dat het voertuig weliswaar niet verzekerd was, maar dat zij niet met het voertuig heeft gereden. Daarnaast voert klaagster aan afhankelijk te zijn van haar voertuig nu zij geen woning heeft. Klaagster heeft haar klaagschrift op 24 juli 2023 aangevuld met een e-mail waarin zij stelt dat het voertuig inmiddels is verzekerd.
De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te blijven. Klaagster is meerdere malen staandegehouden wegens het niet verzekeren van ditzelfde voertuig.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
Op 14 juni 2023 is onder klaagster een Fiat in beslag genomen in verband met een vijftal bekeuringen voor het niet verzekerd hebben van voornoemd voertuig. Uit de rechtbank ter beschikking staande informatie volgt dat het voertuig, in tegenstelling tot hetgeen klaagster aangeeft in haar e-mail van 24 juli 2023, op 28 augustus 2023 nog steeds niet was verzekerd. Gelet op voornoemde omstandigheden – uitgaande van de stand van zaken ten tijde van de behandeling van het klaagschrift en met inachtneming van het summiere karakter van de raadkamer – acht de rechtbank het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de Fiat verbeurd zal verklaren. De rechtbank zal daarom het klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart:
- het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 29 september 2023 gegeven door mr. A. Hello, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D. van Spelde, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 september 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).