Belanghebbende, een onroerendezaakrechtspersoon, heeft aandelen ingekocht en ingetrokken, waarna de inspecteur een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting oplegde. Belanghebbende stelde dat geen belastbaar feit was, omdat de ingekochte aandelen geen economisch belang vertegenwoordigden, en dat het Besluit van 15 oktober 2015 een volledige tegemoetkoming rechtvaardigde.
De rechtbank overweegt dat op het moment van verkrijging wel degelijk sprake is van een belastbaar feit, omdat de aandelen vóór inkoop een economisch belang vertegenwoordigden en dat belang bij verkrijging nog steeds aanwezig was. De rechtbank verwerpt het beroep op strijd met doel en strekking van de wet.
Verder oordeelt de rechtbank dat het Besluit een voorwaarde stelt dat de onderlinge gerechtigdheid van aandeelhouders niet mag wijzigen. Omdat na de inkoop de aandeelhoudersverhouding is gewijzigd, kan geen beroep op het Besluit slagen. De waarde van de uitbreiding van belangen is niet nihil, omdat het directe belang van de aandeelhouders is toegenomen.
De naheffingsaanslag, verminderd bij uitspraak op bezwaar, blijft daarom in stand. Ook de berekende belastingrente is juist. Het beroep wordt ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.