Belanghebbende, een onroerendezaakrechtspersoon, kocht op 12 december 2020 haar eigen aandelen in en trok deze vervolgens in. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, die deels werd verminderd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Het geschil draait om de vraag of de inkoop van eigen aandelen door belanghebbende een belastbaar feit is voor de overdrachtsbelasting. Belanghebbende stelde dat zij geen materieel of economisch belang verkreeg en dat de goedkeuring in onderdeel 6.3 van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 oktober 2015 van toepassing was, waardoor zij aanspraak maakte op volledige tegemoetkoming.
Het hof oordeelt dat de inkoop van aandelen door een onroerendezaakrechtspersoon een verkrijging is die belast is met overdrachtsbelasting, ongeacht het ontbreken van stemrecht of dividend op de ingekochte aandelen. De goedkeuring in onderdeel 6.3 van het Besluit is niet van toepassing omdat de onderlinge gerechtigdheid van aandeelhouders door de inkoop wijzigt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.