Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 28 september 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten in 2017 een huurovereenkomst voor een winkelruimte, die na vijf jaar werd verlengd. De huurder raakte in ernstige huurachterstand en kwam betalingsafspraken uit een vaststellingsovereenkomst niet na. De verhuurder vordert in kort geding ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand. De huurder stelt dat zijn echtgenote de huurovereenkomst heeft overgenomen, maar dit wordt niet aannemelijk geacht vanwege het ontbreken van een geldige schriftelijke akte en het ontbreken van een verzoek tot indeplaatsstelling.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. De stelling van de huurder over gebreken aan het gehuurde en inkomensderving wordt niet onderbouwd. De vordering tot ontruiming wordt daarom toegewezen met een redelijke ontruimingstermijn van zeven dagen. De machtiging om zelf de ontruiming te verrichten wordt afgewezen omdat dit uitsluitend aan een deurwaarder is toegestaan.
De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de winkelruimte binnen zeven dagen wegens aanzienlijke huurachterstand.