Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
4.Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van belanghebbende van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 444;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 556;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 209,50;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 209,50;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht, € 24, aan belanghebbende vergoedt;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht, € 24, aan belanghebbende vergoedt.