Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
- de koopovereenkomst van de auto;
- een aantal stukken met betrekking tot de koop van de auto die op naam van de broer staan;
- een financieringsovereenkomst met betrekking tot de auto;
- een afgiftebewijs van de auto met dagtekening 19 augustus 2017;
- een verzekeringsbewijs voor de auto waaruit blijkt dat de auto van 16 augustus 2017 tot 1 januari 2018 was verzekerd in Duitsland;
- een aantal aanslagen wegenbelasting in Duitsland;
- een aantal facturen waaruit blijkt dat in Duitsland tolgeld is betaald;
- een opdrachtbevestiging voor een oliebeurt in Duitsland op 8 februari 2019;
- een rapport van de taxatie van de auto op 1 juli 2019;
- een verklaring van de broer;
- een verklaring van [persoon] .
4.Conclusie en gevolgen
5.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar over de boete bij de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting;
- vermindert de boete bij de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting tot € 5.008;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 837;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 49 aan hem vergoedt.