ECLI:NL:RBZWB:2023:7241
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens te late indiening niet-ontvankelijk verklaard
Opposanten hebben beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda, maar dit beroep is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring is verzet ingesteld.
De rechtbank beoordeelt in deze verzetprocedure uitsluitend of het eerdere oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is terecht is. Opposanten stelden dat het beroepschrift tijdig was ter post gebracht op 13 oktober 2022, vóór het verstrijken van de beroepstermijn, en verwezen naar artikel 6:9, tweede lid, Awb, dat poststempeling als bewijs van tijdige indiening kan erkennen.
De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift op de envelop een poststempel van 14 oktober 2022 draagt, wat na de uiterste termijn van 13 oktober 2022 is. Opposanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat het beroepschrift daadwerkelijk vóór die datum in de brievenbus is gedeponeerd. De enkele stelling dat het vóór 16.00 uur was, is onvoldoende. De rechtbank wijst erop dat het risico van het niet aangetekend of digitaal verzenden bij opposanten ligt.
Daarom blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 12 oktober 2023 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.