ECLI:NL:CRVB:2017:4263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Termijnoverschrijding bij indienen bezwaarschrift bijzondere bijstand
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandartskosten. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van het bezwaarschrift.
De rechtbank had het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat het bezwaarschrift toch tijdig was ingediend omdat het op de laatste dag in de brievenbus was gedaan en het poststempel van PostNL niet uitsluit dat het stuk eerder ter post is bezorgd.
De Raad overwoog dat het poststempel van PostNL als bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt voor de datum van terpostbezorging. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het bezwaarschrift vóór het einde van de termijn was gepost. Ook het argument dat bij twijfel de kant van de burger gekozen moet worden, werd verworpen omdat het risico van te laat indienen voor rekening van appellant komt.
Verder werd verwezen naar vaste rechtspraak en een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bevestigen dat het poststempel doorslaggevend is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het stuk eerder is gepost. De Raad concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.