ECLI:NL:RBZWB:2023:7248
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning dwangsom bij box 3-heffing 2013-2015
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2013 tot en met 2015 vanwege de vermogensrendementsheffing in box 3. Deze bezwaren waren onderdeel van een massaalbezwaarprocedure. De inspecteur publiceerde op 19 juli 2019 collectief uitspraak op deze bezwaren in de Staatscourant.
In 2023 stelde belanghebbende beroep in omdat de inspecteur geen dwangsom toekende voor het niet tijdig beslissen op haar bezwaren. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur geen dwangsom verschuldigd is, omdat voor 2013 reeds een collectieve uitspraak was gedaan en de ingebrekestelling daarna geen effect heeft. Voor 2014 en 2015 zijn de bezwaren kennelijk ongegrond, aangezien de Hoge Raad al heeft geoordeeld dat het box 3-stelsel voor die jaren rechtsgeldig is.
De rechtbank concludeert dat de bezwaren over 2014 en 2015 niet ontvankelijk zijn en dat een individuele beslissing op bezwaar onredelijk laat is aangevraagd. Hierdoor bestaat geen grond voor een dwangsom. Belanghebbende krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en kent geen dwangsom toe wegens tijdig beslissen op bezwaren box 3-heffing 2013-2015.