ECLI:NL:RBZWB:2023:7351
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 18 belastingverdrag België-Nederland op afkoopsom niet-ingegane lijfrente en grens van 25.000 euro
Belanghebbende, inwoner van België, kreeg in 2018 pensioeninkomsten uit Nederland en een eenmalige uitkering uit afkoop van een niet-ingegane lijfrentepolis. De inspecteur legde een aanslag op over het totale bedrag van beide inkomensbestanddelen, waarbij belastingrente werd berekend. Belanghebbende stelde dat de afkoopsom niet meegeteld mocht worden voor de grens van 25.000 euro in artikel 18 van Pro het belastingverdrag met België, waardoor het heffingsrecht over de reguliere pensioeninkomsten aan België toekwam.
De rechtbank onderzocht de tekst van artikel 18, de context, de gezamenlijke toelichting bij het verdrag en de parlementaire geschiedenis. Zij concludeerde dat de tweede paragraaf van artikel 18 slechts Pro ziet op ingegane pensioenen en lijfrenten, en niet op afkoopsommen van niet-ingegane lijfrenten, die onder paragraaf 3 vallen. Hierdoor behoort de afkoopsom niet tot de inkomensbestanddelen die meetellen voor de 25.000 euro grens voor bronstaatheffing.
De rechtbank stelde vast dat het heffingsrecht over de reguliere pensioeninkomsten van € 23.817 aan België toekomt, omdat dit bedrag onder de grens van € 25.000 blijft. De aanslag werd verminderd tot het bedrag van de afkoopsom van € 7.371, en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van € 7.371 en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast.