ECLI:NL:RBZWB:2023:7457
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen NiNbi-beschikking over pensioen en AOW-uitkering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de NiNbi-beschikking van de inspecteur voor het jaar 2019, waarin het niet in Nederland belastbare inkomen werd vastgesteld. De inspecteur had de AOW-uitkering als in Duitsland belastbaar aangemerkt, waardoor belanghebbende niet kwalificeerde als buitenlands belastingplichtige en geen recht had op bepaalde aftrekposten.
De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Uit de feiten blijkt dat belanghebbende een pensioen en een AOW-uitkering uit Nederland ontving, waarbij het pensioen in Nederland belastbaar is en de AOW-uitkering volgens het belastingverdrag met Duitsland in Duitsland belastbaar is.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur het NiNbi correct heeft vastgesteld door de AOW-uitkering als niet in Nederland belastbaar inkomen mee te rekenen en de aftrekposten voor eigen woning en zorgkosten niet toe te passen. Hierdoor is het beroep ongegrond verklaard en blijft de beschikking in stand. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de NiNbi-beschikking wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.