ECLI:NL:RBZWB:2023:7493
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek onderhoudskosten monumentenpanden voor belastingjaar 2018
Belanghebbende, woonachtig in België, had voor het belastingjaar 2018 een aanzienlijke aftrekpost opgevoerd voor onderhoudskosten van monumentenpanden. De inspecteur van de Belastingdienst weigerde deze aftrekpost bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten aftrekbaar waren.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende behandeld en geoordeeld dat de inspecteur het belastbaar inkomen uit werk en woning niet te hoog heeft vastgesteld. Belanghebbende heeft de bewijslast niet voldoende voldaan; zijn enkele stelling zonder onderliggende stukken is onvoldoende om recht op aftrek te verkrijgen.
Ook het beroep tegen de belastingrentebeschikking is ongegrond verklaard, omdat belanghebbende geen zelfstandige gronden heeft aangevoerd. De rechtbank handhaaft de aanslag en belastingrentebeschikking zoals vastgesteld bij de uitspraak op bezwaar. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek onderhoudskosten monumentenpanden wordt ongegrond verklaard en de aanslag en belastingrentebeschikking worden gehandhaafd.