Eiser ontving studiefinanciering op basis van de uitwonendennorm, maar DUO stelde na een huisbezoek en buurtonderzoek vast dat eiser niet feitelijk woonde op het BRP-adres. DUO herzag de beurs naar de thuiswonendennorm en legde een boete op wegens het niet voldoen aan de feitelijke bewoningsvoorwaarde.
Eiser voerde aan dat het huisbezoek en buurtonderzoek onzorgvuldig waren en dat hij wel degelijk op het BRP-adres woonde, onderbouwd met verklaringen van getuigen en een voormalig werkgever. DUO stelde dat de rapportage van het huisbezoek en de verklaringen van buren voldoende bewijs vormden dat eiser niet op het BRP-adres woonde.
De rechtbank oordeelde dat DUO de bewijslast had voldaan en dat het wettelijk vermoeden van niet-feitelijke bewoning niet was weerlegd. De rapportage en verklaringen ondersteunden het standpunt van DUO, terwijl eiser onvoldoende objectief bewijs leverde. Het beroep tegen de boete werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding tot kostenveroordeling en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.