ECLI:NL:RBZWB:2023:781
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzuimboete omzetbelasting wegens onjuiste opgaaf intracommunautaire prestaties
Belanghebbende, ondernemer voor de omzetbelasting, diende de opgaaf van intracommunautaire prestaties (ICP) over het tweede kwartaal van 2020 per kwartaal in, terwijl zij op grond van de Wet OB verplicht was dit per maand te doen. De inspecteur legde daarom een verzuimboete van €275 op, welke na bezwaar gehandhaafd bleef.
De rechtbank oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat het indienen van een onjuiste opgaaf ICP een verzuim vormt en geen opzet of grove schuld vereist is voor het opleggen van een boete. De stelling van belanghebbende dat sprake is van afwezigheid van alle schuld (avas) omdat de vergissing aan haar gemachtigde te wijten zou zijn, wordt verworpen. De gedragingen van de gemachtigde zijn aan belanghebbende toe te rekenen, tenzij zij alle zorg heeft betracht om het verzuim te voorkomen, wat niet is gebleken.
De hoogte van de boete wordt passend en geboden geacht. De rechtbank ziet geen aanleiding tot matiging of proceskostenveroordeling en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de verzuimboete ongegrond en bevestigt dat de boete terecht en passend is opgelegd.