ECLI:NL:RBZWB:2023:7832
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting niet tijdig ingediend, beroepen ongegrond verklaard
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 10 november 2023 uitspraak gedaan in de zaak waarin belanghebbende beroep instelde tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2017, 2019 en 2020.
De kern van het geschil betrof de tijdigheid van de ingediende bezwaarschriften. De rechtbank constateerde dat de bezwaarschriften pas op 21 januari 2022 bij de inspecteur waren ontvangen, terwijl de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de aanslagen allang was verstreken. Belanghebbende voerde aan dat gebrekkige communicatie over de massaal-bezwaarprocedure en onjuiste voorlichting aan de Tweede Kamer de reden was voor de te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is, omdat belanghebbende redelijkerwijs in staat was binnen de termijn bezwaar te maken. Nadien opgekomen redenen kunnen een termijnoverschrijding niet alsnog verschoonbaar maken. De bezwaren zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard door de inspecteur en de beroepen zijn kennelijk ongegrond. De bestreden besluiten blijven daarmee in stand.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond verklaard omdat de bezwaarschriften niet tijdig zijn ingediend en geen verschoonbare redenen zijn aangevoerd.