ECLI:NL:RBZWB:2023:796

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 januari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
22-027871
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding beslissing vergoeding kosten rechtsbijstand niet-advocaat in raadkamerprocedure

In deze strafzaak heeft verzoeker een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand door een juridisch adviseur die niet is ingeschreven als advocaat, in het kader van een procedure ex artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering. De officier van justitie heeft zich verzet tegen deze vergoeding omdat de gemachtigde niet als raadsman in de zin van de wet kan worden aangemerkt.

De rechtbank heeft tijdens de raadkamerzitting op 16 januari 2023 vastgesteld dat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een conclusie in het belang der wet heeft genomen over dezelfde rechtsvraag en dezelfde rechtsbijstandsverlener. Dit arrest wordt verwacht op 7 maart 2023.

Gezien de lopende cassatieprocedure bij de Hoge Raad en de uiteenlopende jurisprudentie over de vergoeding van kosten aan niet-advocaten in dergelijke procedures, heeft de rechtbank besloten de uitspraak aan te houden tot een week na het arrest van de Hoge Raad. De beslissing is genomen door rechter J.C. Gillesse en uitgesproken op 30 januari 2023.

Uitkomst: De rechtbank houdt de uitspraak aan tot na het arrest van de Hoge Raad over de definitie van raadsman in artikel 530 Sv.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Team strafrecht
Locatie Middelburg
parketnummer: 96-079625-21
rk-nummer: 22-027871
Tussenbeslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 5 december 2022, in de zaak:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedag] 1998,
wonende te [woonadres]
Gemachtigde: mr. drs. [gemachtigde] , [adres] .
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 329,42, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00, te vermeerderen met bijkomende kosten als nadere handelingen worden verricht, zoals het bijwonen van de behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 4 november 2022;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de e-mail (met bijlage) van 27 december 2022 van de gemachtigde van verzoeker.
Op 16 januari 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie, mr. J.A. Castelein, gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Wel verschenen is mr. drs. [gemachtigde] die meedeelde als de gemachtigde van verzoeker op te willen treden. De rechtbank heeft gewezen op artikel 23 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) waarin is bepaald dat bijstand in raadkamer slechts door een advocaat of raadsman is toegestaan.
In het verzoekschrift is aangevoerd dat de zaak op 4 november 2022 is geseponeerd. Verzoeker verzoekt om de vergoeding van de kosten zoals hiervoor bij de procedure gemeld. Nu bij dagvaardingsprocedures bij de kantonrechter geen verplichte procesvertegenwoordiging bestaat, dient volgens verzoeker onder het woord raadsman ook het woord gemachtigde te worden verstaan. Verzoeker verwijst naar jurisprudentie.
De officier van justitie heeft zich schriftelijk op het standpunt gesteld dat de gevraagde vergoedingen dienen te worden afgewezen. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door juridisch adviseur mr. drs. [gemachtigde] . Hij is niet ingeschreven in het landelijk advocatentableau en derhalve kunnen de door hem gemaakte kosten niet worden aangemerkt als kosten van een raadsman als bedoeld in artikel 530 Sv Pro. Uitgangspunt van onder andere artikel 530 Sv Pro is dat uitsluitend in de door de wetgever omschreven gevallen vergoeding van kosten mogelijk is. De officier van justitie verwijst naar jurisprudentie.
Verzoeker heeft bij e-mail aangevoerd dat hij een professionele rechtsbijstandsverlener heeft ingeschakeld om zich goed te kunnen verdedigen. Hij heeft daarvoor kosten gemaakt. Het gaat in deze zaak om een overtreding waarbij de wetgever niet heeft voorgeschreven dat bijstand alleen kan worden verleend door een op het tableau ingeschreven advocaat. Verzoeker verwijst naar jurisprudentie die tot een andere conclusie komt dan de door de officier van justitie aangehaalde rechtspraak.
De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat de gemachtigde van verzoeker, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1633, verzoeker niet in raadkamer kan vertegenwoordigen. Verzoeker kan zich in een zaak als deze alleen laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Verder heeft de officier van justitie zijn eerder schriftelijk ingenomen standpunt gehandhaafd.
In raadkamer is voorts besproken dat de jurisprudentie omtrent een mogelijke vergoeding op grond van artikel 530 Sv Pro aan niet-advocaten verschillend wordt beoordeeld en dat daarom de wenselijkheid en de mogelijkheid tot het voorleggen van deze rechtsvraag aan de Hoge Raad overwogen zou kunnen worden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op 16 januari 2023 is de rechtbank gebleken dat de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden op 17 januari 2023 een conclusie heeft genomen (ECLI:NL:PHR:2023:78) terzake een vordering in het belang der wet in een zaak met hetzelfde onderwerp en zelfs met betrekking tot dezelfde rechtsbijstandsverlener mr. [gemachtigde] . Naar verwachting zal de Hoge Raad op 7 maart 2023 arrest wijzen.
Gelet op bovenstaande zal de rechtbank uitspraak doen een week nadat het eerdergenoemd te verwachten arrest van de Hoge Raad zal zijn gewezen.

3.De tussenbeslissing

De rechtbank houdt de zaak voor uitspraak aan tot 14 maart 2023.
Deze beslissing is op 30 januari 2023 gegeven door mr. J.C. Gillesse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zuidhof, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2023.