Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning in Waalwijk waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2019 is vastgesteld op €220.000. Hij betwist deze waarde en stelt dat de waarde maximaal €200.000 bedraagt. De heffingsambtenaar handhaaft de waarde en baseert dit op een taxatierapport met zes referentiewoningen.
De rechtbank beoordeelt de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode en constateert dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de vergelijking met referentiewoningen, rekening houdend met verschillen in bouwjaar, ligging, oppervlakte en staat van onderhoud. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde te hoog is vastgesteld.
Daarnaast is geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet tijdig alle gevraagde gegevens heeft verstrekt, wat een schending van artikel 40, tweede lid, Wet WOZ inhoudt. Dit leidt echter niet tot vernietiging van de beschikking, mede omdat het gebrek in beroep is hersteld.
De rechtbank kent belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 12 maanden, waarvan €166,67 voor rekening van de heffingsambtenaar en €833,33 voor rekening van de Staat. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.