Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 19 december 2022 waarin een WIA-uitkering werd geweigerd. Het UWV heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks een termijnverlenging en ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Hoewel het UWV een langere termijn nodig heeft vanwege een tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een fysieke hoorzitting, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk.
De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- in bij verdere overschrijding. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.