Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2023 in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Buitenlandse Zaken op de aanvraag van een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige dochter. Na het instellen van het beroep heeft de minister alsnog het paspoort verstrekt, waarna verzoeker het beroep introk.
De rechtbank beoordeelt het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de proceskosten. Omdat de minister niet heeft gereageerd op het verzoek en geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het verstrekken van het paspoort, wijst de rechtbank het verzoek toe.
De rechtbank bepaalt dat de minister aan verzoeker een vergoeding van €418,50 aan proceskosten en €184,- aan griffierecht moet betalen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 november 2023 door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50 en griffierecht van €184,- aan verzoeker.