ECLI:NL:RBZWB:2023:8301
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging minnelijke schuldhulpverlening na toelating Wsnp
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Orionis waarin zijn bezwaar tegen de beëindiging van de minnelijke schuldhulpverlening niet-ontvankelijk werd verklaard. Orionis stelde dat door de toelating van eiser tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geen procesbelang meer bestond bij het bezwaar. Eiser betoogde dat hij wel procesbelang had omdat hij niet anders kon dan de Wsnp aanvragen en dat hij eerder schuldenvrij had kunnen zijn als de minnelijke schuldhulpverlening was voortgezet.
De rechtbank overwoog dat procesbelang vereist dat het met het beroep beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en dat een louter formeel belang niet volstaat. Omdat eiser inmiddels met schone lei uit de Wsnp is gekomen en schuldenvrij is, bestaat geen actueel en concreet belang meer bij het beroep. Ook de stelling dat de Staat mogelijk schade heeft door de kosten van bewindvoering kon het procesbelang niet aannemelijk maken.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard en dat een inhoudelijke beoordeling van het beroep niet aan de orde is. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het bestreden besluit blijft in stand.