Belanghebbende, woonachtig in België en gehuwd met een partner die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en volledig in België wordt belast, vordert 100% aftrek van de eigenwoningschuld voor hun gezamenlijke woning. De inspecteur heeft de aftrek beperkt tot 50%, omdat de partner niet kwalificerend buitenlands belastingplichtig is. De rechtbank bevestigt dat de partner niet als fiscaal partner kan worden aangemerkt, waardoor de aftrek slechts voor de helft aan belanghebbende toekomt.
De rechtbank benadrukt dat het Belgische belastingstelsel in beginsel verantwoordelijk is voor de persoonlijke en gezinsomstandigheden, en dat de Nederlandse werkstaat alleen in uitzonderlijke gevallen aftrek kan verlenen. Dit is hier niet aan de orde omdat het gezinsinkomen niet nagenoeg geheel in Nederland wordt verdiend.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel, gebaseerd op een algemene inlichting van het UWV, wordt verworpen omdat deze instantie niet belast is met belastingwetgeving en de inlichting geen concrete toezegging van de inspecteur betreft. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.