ECLI:NL:RBZWB:2023:838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting wegens parkeren op openbare weg tijdens schorsing
Belanghebbende is houder van een Daihatsu Feroza met een geschorst kentekenbewijs over de periode 27 juni 2019 tot en met 26 juni 2021. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete op omdat op 30 augustus 2020 de auto geparkeerd stond op een openbare parkeerplaats terwijl de schorsing van kracht was.
Belanghebbende voerde aan dat de auto slechts kortstondig op een parkeerplaats naast zijn tuin stond vanwege graafwerkzaamheden en dat de naheffingsaanslag te hoog was. De rechtbank oordeelde dat het parkeren op de openbare weg tijdens schorsing het gebruik van de weg vormt en dat de naheffingsaanslag correct is berekend over de juiste periode.
De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk omdat de inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig was verzonden. De boete werd passend geacht omdat belanghebbende bekend was met de schorsing en het feit dat parkeren op die plek niet was toegestaan.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag en boete blijven in stand, en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard.