Uitspraak
1.Het procesverloop
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
26 maart 2024 PRO FORMA;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot voorlopige voorziening in een familierechtelijke zaak betreffende de zorg- en contactregeling voor een minderjarig kind. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag, maar de communicatie tussen hen is verstoord. De man verzocht om een voorlopige zorg- en contactregeling, welke door de vrouw werd betwist. De Raad voor de Kinderbescherming werd betrokken om te adviseren.
Tijdens de mondelinge behandeling op 20 november 2023 bereikten partijen een voorlopige regeling waarbij de man het kind wekelijks op dinsdag na school ophaalt en naar de dansles brengt, waarna de vrouw het kind weer ophaalt. De rechtbank achtte een nader raadsonderzoek noodzakelijk vanwege het wantrouwen en de complexe problematiek tussen de ouders.
De Raad voor de Kinderbescherming werd verzocht een onderzoek in te stellen naar de optimale verdeling van zorg- en opvoedingstaken, mogelijke contra-indicaties voor omgang en de wijze waarop deze opgeheven kunnen worden. De zaak wordt aangehouden tot 26 maart 2024, met de verwachting dat het onderzoek dan is afgerond. Partijen dienen voor die datum een schriftelijk verslag in over de voortgang van de hulpverlening.
Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige zorg- en contactregeling vast en gelast een raadsonderzoek, met aanhouding van de zaak tot 26 maart 2024.