ECLI:NL:RBZWB:2023:8433
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-waarde voor huurder wegens ontbreken procesbelang
Belanghebbende, huurder van een appartement in Tilburg, maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €268.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende weliswaar belanghebbende is in de zin van de Awb, maar dat het procesbelang ontbreekt omdat niet is gesteld of gebleken dat de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf wordt gebruikt, noch dat een lagere WOZ-waarde zou leiden tot een huurverlaging of ander concreet voordeel. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast verzocht belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn van twee jaar was overschreden, maar dat dit niet leidde tot een vergoeding omdat geen financieel belang of aantoonbare schade was gebleken.
De rechtbank wees het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling en legde geen proceskostenlasten op aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.