ECLI:NL:RBZWB:2023:8588
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet opleggen definitieve aanslag zorgverzekeringswet 2018
Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke omdat geen definitieve aanslag zorgverzekeringswet (zvw) over 2018 was opgelegd, ondanks voorlopige aanslagen en terugbetalingen.
De rechtbank oordeelt dat het indienen van een belastingaangifte niet als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt beschouwd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is. Ook het beroep tegen de afwijzing van een dwangsom is kennelijk ongegrond.
Verder overweegt de rechtbank dat omdat de voorlopige aanslagen hebben geleid tot een nihil saldo en terugbetaling, belanghebbende zekerheid heeft gekregen. De aanslagtermijn is verstreken, waardoor de inspecteur geen definitieve aanslag meer mag opleggen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het ziet op het niet tijdig beslissen en ongegrond voor zover het ziet op de afwijzende dwangsombeschikking. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk voor het niet tijdig beslissen en ongegrond voor de afwijzende dwangsombeschikking.