ECLI:NL:RBZWB:2023:8717
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging partneralimentatie wegens onvoldoende draagkracht man
De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie die hij aan de vrouw betaalt te wijzigen naar nihil, stellende dat zijn inkomen sterk is gedaald en dat de vrouw zich grievend heeft gedragen, waardoor hij niet langer onderhoudsplichtig zou zijn. De vrouw betwistte de draagkrachtberekening van de man en stelde dat zij nog steeds behoefte heeft aan alimentatie ondanks haar eigen inkomen uit arbeid.
De rechtbank beoordeelde eerst het standpunt van grievend gedrag en oordeelde dat dit niet zodanig was dat de onderhoudsverplichting kon worden beëindigd of gematigd. De negatieve uitlatingen van de vrouw dateren voornamelijk uit de periode rond de scheiding en zijn onvoldoende om de onderhoudsplicht te beëindigen.
Vervolgens onderzocht de rechtbank de wijziging van omstandigheden, waarbij werd vastgesteld dat de vrouw weliswaar werkt, maar nog niet volledig in haar levensonderhoud kan voorzien. De aanvullende behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €1.326 netto per maand.
Ten aanzien van de draagkracht van de man stelde de rechtbank dat het inkomensverlies herstelbaar is en dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat hij passende inspanningen heeft verricht om zijn inkomen te herstellen. Mantelzorg en zorg voor zijn zoon zijn onvoldoende om een lagere onderhoudsverplichting te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat de man in staat moet worden geacht de oorspronkelijke alimentatiebijdrage te blijven voldoen en wees het verzoek af. Elke partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van partneralimentatie naar nihil wordt afgewezen en iedere partij draagt de eigen kosten.