ECLI:NL:RBZWB:2023:8719
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.J. Willems
- Rechtspraak.nl
Geen recht op algemene heffingskorting en ouderenkorting voor in buitenland woonachtige belastingplichtige
Belanghebbende, een Nederlandse belastingplichtige woonachtig in Duitsland, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2018 waarbij zij geen recht kreeg op het IB-deel van de algemene heffingskorting en de ouderenkorting. De inspecteur had deze kortingen geweigerd omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtige.
De rechtbank bevestigt dat belanghebbende als gewone buitenlandse belastingplichtige wordt aangemerkt en daarom geen aanspraak kan maken op genoemde heffingskortingen. De rechtbank wijst het beroep af, ook omdat het niet onrechtmatig is dat de inspecteur de kortingen niet toekent. Het feit dat de voorlopige aanslag deze kortingen wel bevatte, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank benadrukt dat de ongelijkheid tussen binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen bewust door de wetgever is ingevoerd en dat zij niet bevoegd is om over andere jaren te oordelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2018 blijft ongewijzigd zonder toekenning van heffingskortingen.