ECLI:NL:GHSHE:2018:4756
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wetswijziging regeling kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen
Belanghebbende en zijn echtgenote wonen sinds 2006 in Brazilië en maakten tot 2014 gebruik van de regeling voor binnenlandse belastingplichtigen. Per 1 januari 2015 is deze regeling vervangen door een regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen, waarbij zij niet langer in aanmerking komen voor binnenlandse belastingplichtigheid omdat zij niet in de genoemde landen wonen.
Belanghebbende betwist de wetswijziging op grond van schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, stellende dat de regeling geen redelijke en proportionele verhouding kent en leidt tot een individuele en buitensporige last. Het hof overweegt dat belastingheffing een aantasting van eigendomsrecht inhoudt, maar dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het dienen van het algemeen belang.
De wetswijziging is ingevoerd om fiscale voordelen aan niet-inwoners te beperken, conform EU-recht, en om uitvoeringscomplexiteit en kosten te beperken. Het hof oordeelt dat dit binnen de beoordelingsvrijheid van de wetgever valt en geen schending van artikel 1 EP Pro oplevert.
Ten aanzien van de individuele last stelt het hof vast dat de belastingverhoging voor belanghebbende, hoewel substantieel, niet buitensporig is. Ook zijn persoonlijke omstandigheden leiden niet tot een andere conclusie. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel wordt eveneens verworpen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.