ECLI:NL:RBZWB:2023:8723

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
14 december 2023
Zaaknummer
BRE - 22 _ 4304
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2, derde lid, letter a belastingverdrag Nederland-BelgiëArtikel 24 Protocol I bij belastingverdrag Nederland-België
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2019 met betrekking tot Belgisch gemeentebelasting

Belanghebbende, een inwoner van België, was in 2019 in Nederland werkzaam in dienstbetrekking bij een Nederlandse bv. Voor dat jaar legde de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €35.931 en een belastingrente van €213. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat door de inspecteur ongegrond werd verklaard.

Belanghebbende voerde aan dat België ten onrechte gemeentebelasting heft over het loon dat in Nederland aan inkomstenbelasting is onderworpen. De rechtbank oordeelt dat het belastingverdrag met België geen toepassing vindt op Belgische gemeentebelastingen, zoals bevestigd in artikel 24 van Pro Protocol I bij het verdrag. De rechtbank is daarom niet bevoegd om over de Belgische gemeentebelasting te oordelen en adviseert belanghebbende bezwaar of beroep in België te overwegen.

De rechtbank beoordeelt ook dat de belastingrente terecht is berekend en dat belanghebbende hiervoor geen zelfstandige gronden heeft aangevoerd om hiervan af te wijken. Geconcludeerd wordt dat het beroep ongegrond is en de aanslag in stand blijft. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn op 14 december 2023.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4304

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] (België), belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 3 augustus 2022.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.931 waarbij gelijktijdig € 213 belastingrente in rekening is gebracht (de belastingrentebeschikking).
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende en namens de inspecteur, mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] .

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de aanslag IB/PVV 2019 naar het juiste bedrag is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.
3. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag IB/PVV 2019 naar het juiste bedrag is opgelegd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten

4. Belanghebbende is inwoner van België.
4.1.
Belanghebbende is het gehele jaar 2019 in Nederland in dienstbetrekking werkzaam geweest bij [b.v.]
4.2.
België heeft over het loon uit dienstbetrekking geen personenbelasting maar wel gemeentelijke belasting geheven.

Overwegingen

Toewijzing van het heffingsrecht over het loon uit dienstbetrekking / Nieuw standpunt van belanghebbende ter zitting
5. Belanghebbende heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het heffingsrecht over zijn loon uit dienstbetrekking terecht aan Nederland toegewezen is en de aanslag IB/PVV 2019 daarom naar het juiste bedrag is opgelegd.
Heffing van Belgische gemeentebelasting
5.1.
Belanghebbende stelt dat België ten onrechte gemeentebelasting heft over zijn aan de Nederlandse inkomstenbelasting onderworpen loon uit dienstbetrekking.
5.2.
De rechtbank overweegt dat het belastingverdrag met België [1] op grond van artikel 2, derde lid, letter a, niet van toepassing is op Belgische gemeentelijke belastingen. Dit is bevestigd in artikel 24 van Pro Protocol I behorende bij het belastingverdrag.
5.3.
De rechtbank overweegt dat zij daarom niet bevoegd is om te oordelen over de heffing van Belgische gemeentelijke belastingen. De rechtbank heeft belanghebbende ter zitting voorgehouden dat hij kan nagaan of tegen de aanslag Belgische gemeentebelasting eventueel bezwaar of beroep in België mogelijk is.
Is terecht belastingrente in rekening gebracht?
5.4.
Het beroep wordt geacht mede betrekking te hebben op de belastingrente. Belanghebbende heeft geen zelfstandige gronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding af te wijken van de belastingrentebeschikking. Hierbij wijst de rechtbank belanghebbende erop dat het bedrag van de belastingrente het bedrag van de aanslag volgt
.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de aanslag IB/PVV 2019 in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 14 december 2023 door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen gesloten op 5 juni 2001