ECLI:NL:RBZWB:2023:8734
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens juiste datum eerste ingebruikneming en handelsinkoopwaarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €11.626 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de juiste vaststelling van de bruto BPM, de historische nieuwprijs, de handelsinkoopwaarde en de waardevermindering wegens schade of schadeverleden.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onterecht uitging van de datum eerste toelating in 2017, terwijl belanghebbende aannemelijk maakte dat de eerste ingebruikneming in de Verenigde Staten op 29 november 2016 plaatsvond. Hierdoor moest het BPM-tarief van 2016 worden toegepast, wat een lagere bruto BPM tot gevolg had.
Verder stelde de rechtbank de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat vast op €21.000, omdat geen van beide partijen deze waarde voldoende aannemelijk had gemaakt. De waardevermindering wegens schade werd beperkt tot normale gebruiksschade, en een waardevermindering wegens schadeverleden werd niet aangenomen wegens onvoldoende bewijs.
Uiteindelijk stelde de rechtbank de naheffingsaanslag vast op €9.010, verminderd ten opzichte van het oorspronkelijke bedrag. De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten voor de beroepsfase.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €9.010 wegens toepassing van het juiste tarief en een correcte handelsinkoopwaarde.