ECLI:NL:RBZWB:2023:8740
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en waardevermindering wegens schade aan auto
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 6.544 die was opgelegd naar aanleiding van de registratie van een Mercedes-Benz GLC-klasse met een opgegeven waardevermindering wegens schade.
De rechtbank onderzocht of de waardevermindering wegens schade terecht was meegenomen en of de herleidingsmethode toegepast kon worden. Belanghebbende trok zijn stellingen over de onafhankelijkheid van de hertaxateur en het zorgvuldigheidsbeginsel in.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor de schade op belanghebbende rust en dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht. Na vergelijking van taxatierapporten concludeerde de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normale gebruiksschade.
Ook de beroepsgrond over de herleidingsmethode faalde. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.