ECLI:NL:RBZWB:2023:8741
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd ondanks geschil over waardevermindering schade en schadeverleden
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €7.627 die de inspecteur had opgelegd naar aanleiding van de registratie van een Mazda CX-5. De kern van het geschil betrof de geldigheid van het taxatierapport en de vraag of waardevermindering wegens schade en schadeverleden in aanmerking genomen moest worden.
De inspecteur baseerde zijn aanslag op een hertaxatie waarbij geen waardevermindering wegens schade werd erkend, omdat de auto op het moment van inschrijving in het kentekenregister volledig hersteld was. De rechtbank oordeelde dat het belastbare feit de inschrijving is en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de auto toen nog schade had.
Verder stelde belanghebbende dat een waardevermindering wegens schadeverleden moest worden toegepast, ondersteund door een NIVRE-richtlijn. De rechtbank vond deze onderbouwing onvoldoende concreet en nam geen waardevermindering wegens schadeverleden aan.
De rechtbank verwierp ook het beroep op de herleidingsmethode en concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht en niet te hoog was opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.