ECLI:NL:RBZWB:2023:8904
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling definitieve NOW-1 tegemoetkoming door minister
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de NOW-1 regeling, waarbij zij een lagere subsidie ontving dan het eerder betaalde voorschot. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en onderzocht of de minister terecht de subsidie heeft verlaagd vanwege een lager omzetverlies en een lagere loonsom in de subsidieperiode dan bij de aanvraag was opgegeven.
De rechtbank oordeelt dat de subsidieperiode juist is vastgesteld op 1 maart tot en met 1 juni 2020, waarbij het omzetverlies 89% bedroeg. Hoewel eiseres stelde dat het omzetverlies vanaf 15 maart 2020 100% was, is dit onvoldoende reden om af te wijken van de vastgestelde subsidieperiode. Daarnaast is vastgesteld dat de loonsom in de subsidieperiode lager was dan in januari 2020, mede doordat oproepkrachten niet zijn doorbetaald. De minister heeft terecht gebruikgemaakt van de loongegevens zoals opgegeven aan de belastingdienst en de forfaitaire opslag van 30% toegepast.
De belangenafweging door de minister, waaronder de mogelijkheid tot gespreide terugbetaling van het terug te vorderen bedrag, wordt door de rechtbank als voldoende beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de vaststelling van de lagere subsidie wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve NOW-1 subsidie wordt ongegrond verklaard.