ECLI:NL:RBZWB:2023:8905
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening om beoordeling vergunningaanvraag onder oud recht te behouden
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een veranderingsvergunning milieu en een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe geitenstal en wijziging van gebruik van een voormalige rundveestal. Tegelijkertijd verzocht zij om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat haar aanvraag onder de nieuwe Omgevingswet en Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, die vanaf 1 januari 2024 gelden, wordt beoordeeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en dat het verzoek een zelfstandige spoedeisendheid moet hebben. Jurisprudentie leert dat beslissingen op omgevingsvergunningen ex nunc worden genomen, tenzij uitzonderingen gelden. De overgangsrechtelijke bepalingen van de Invoeringswet Omgevingswet bepalen dat voor aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet het oude recht blijft gelden zolang beroep openstaat.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek geen onverwijlde spoed bevat en dat de huidige provinciale verordening van toepassing blijft op de aanvraag. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat geen onverwijlde spoed is en het oude recht van toepassing blijft.