ECLI:NL:RVS:2019:3641
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgevingsvergunning voor geitenstal wegens strijd met Verordening Ruimte Noord-Brabant 2017
Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees op 3 april 2018 de aanvraag van appellante om een omgevingsvergunning tweede fase voor het bouwen van een geitenstal af. Dit omdat het plan volgens artikel 37, eerste lid, van de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2017 (VR 2017) niet toegestaan was om de oppervlakte dierenverblijf voor geitenhouderijen uit te breiden.
Appellante voerde aan dat het bouwplan ten tijde van de aanvraag paste binnen het bestemmingsplan en dat het recht van dat moment moest worden toegepast. De rechtbank oordeelde echter dat het recht ex nunc geldt, dus het recht op het moment van de beslissing, en dat het bouwplan al ten tijde van de aanvraag in strijd was met het bestemmingsplan.
Verder stelde appellante dat artikel 37 VR Pro 2017 niet van toepassing was omdat het na de aanvraag was vastgesteld en dat het college dit artikel niet in het bestemmingsplan had opgenomen. De Afdeling oordeelde dat artikel 37 een Pro rechtstreeks werkende regel is en dat het verbod in alle gevallen geldt, ongeacht de opname in het bestemmingsplan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de omgevingsvergunning bevestigd.