ECLI:NL:RBZWB:2023:8908
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting door heffingsambtenaar
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd waartegen bezwaar en beroep werden ingesteld. De heffingsambtenaar vernietigde vervolgens de aanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Gezien de tegemoetkoming door de heffingsambtenaar achtte de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond.
De proceskosten werden vastgesteld op €714,50, gebaseerd op punten toegekend voor bezwaarschrift, hoorzitting en beroepschrift met bijbehorende waardes en wegingsfactoren. Tevens werd de heffingsambtenaar verplicht het griffierecht van €50,- te vergoeden.
De rechtbank bepaalde dat wettelijke rente verschuldigd is indien betaling van kosten en griffierecht niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt. De uitspraak werd gedaan door rechter Bastiaansen op 19 december 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €714,50 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht.